Nadat op 16 november 2017 in het kleine Franse stadje Saint-Sifflet een 96-jarige Belgische dame overleed, wijdden zowel de Amerikaanse The Washington Post als de Britse Guardian een in memoriam aan de overledene. In België was ze toen zo goed als vergeten, maar de antifascistische bijdrage van Micheline Dumont kan niet hoog genoeg ingeschat worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog redde ze als actieve verzetsvrouw via de ontsnappingslijn Komeet (Comète, in het Frans, Comet Line in het Engels) meer dan 250 mensen uit de klauwen van de nazi’s door ze te laten vluchten naar Spanje.

In november 1942, in volle nazi-Duitse bezetting van België, worden haar ouders en zus door de nazi’s gearresteerd. Ze waren allen actief in het verzet. Haar vader zou de kampen niet overleven. Haar zus Renée kwam wél levend terug na een lijdensweg die haar onder meer door de concentratiekampen van Mauthausen en Ravensbrück voerde.

Micheline Dumont neemt in het verzet de rol van haar familieleden over en schakelt zich ook in de ontsnappingsroute Comète in. Doel was gestrande geallieerde piloten via een omweg over Frankrijk, over de Pyreneeën, terug naar Engeland te brengen. Eenmaal in Spanje konden de piloten, in Madrid voorzien van nieuwe papieren, via Portugal of Gibraltar terug naar Engeland om terug hun plek in de strijd in te nemen. Het netwerk legde ook twee alternatieve routes aan.

Opmerkelijk was dat de sleutelfiguren in dit netwerk vrouwen waren. Reeds aan het begin van de oorlog had de toen 24-jarige Brusselse Andrée de Jongh het netwerk opgezet. In het Frans-Baskische Bayonne – net vóór de doorsteek naar Spanje – speelde de eveneens Brusselse Janine De Greef een cruciale rol. Er wordt geschat dat tussen 1942 en 1945 Comète een 800-tal geallieerde luchtmachtmilitairen in veiligheid bracht.

Onder haar codenamen Lily en Michou had Micheline Dumont, die daarmee grote risico’s liep, een groot aandeel in het succes van deze ontsnappingsroute. Voorzien van valse papieren deed de prille twintiger die amper 1,50 m groot was zich voor als een tiener. In zijn boek, The Freedom Line, vertelde ex-Washington Post-journalist Peter Eisner hoe Lily in het Brusselse de logistiek op zich nam, safe houses regelde, met fotografen werkte om valse identiteitskaarten aan te maken en hoe ze piloten door de velden naar de Franse grens gidste. Ze was verpleegster van opleiding waardoor ze wonden kon verzorgen. Maar bovendien leerde ze de piloten elementaire Franse woorden en ook Europese gewoonten, zodat ze op hun vlucht minder zouden opvallen. Ze lette op alle details. Zo drong ze er bij Amerikanen op aan nooit mes en vork tijdens het eten te van hand wisselen, hoe ze een beret moesten dragen en hoe men in Europa een sigaret rookte. Naar verluidt gebeurde het dat wanneer Gestapo-agenten in de nabijheid waren, ze een piloot die ze nauwelijks kende maar wel moest redden passioneel omhelsde, kwestie van geen argwaan te wekken.

Toen Lily eens opgepakt werd, lieten haar ondervragers haar na twee dagen vrij in de veronderstelling dat het kleine meisje te jong was om gevaarlijk te zijn. Toch begon het nazi-net zich rond haar te sluiten. Ze ontdekte dat Comète-medewerker Jean Masson een dubbelagent was die voor de Gestapo werkte. Hij zou onder meer de man geweest zijn die haar familie verraden had. Toen ze hem achtervolgde, draaiden de rollen om en zat hij achter haar aan. Ze ontsnapte ternauwernood in een metrostation en vluchtte naar Parijs waarna ze zelf gebruik maakte van de Comète-ontsnappingsroute over Madrid naar Engeland. Masson zou, na een mislukte aanslag door het verzet, na de oorlog geëxecuteerd worden. Micheline Dumont huwde Pierre Ugeux, die eveneens in het verzet zat. Ugeux , een sport- en autofanaat, werd later voorzitter van de Belgische automobielfederatie en ook van de internationale Formule 1-organisatie.

Na de oorlog organiseerde Micheline Dumont, als voorzitter van de Amicale Comète, een reis naar de VS en Canada met oudgedienden van het Comète-netwerk waar ze tal van ex-piloten ontmoetten die ze hadden gered. Zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk werd ze gelauwerd.

Peter Eisner, The Freedom Line: The Brave Men and Women Who Rescued Allied Airmen from the Nazis During WWII, Perennial (Harper & Collins) New York, 2004.

Bronnen: Washington Post en The Guardian