Sinds enkele jaren probeert de Duitse extreemrechtse partij AfD (Alternative für Deutschland) zich te bevrijden van haar imago als neoliberale “professorenpartij”. Vandaag werpt ze zich op als een strijder voor sociale rechtvaardigheid en “de kleine man”. AfD volgt hierin andere extreemrechtse partijen – zoals het Vlaams Belang. Bij de laatste Duitse federale verkiezingen (september 2021) stoptte de opwaartse trend van de partij. Maar AfD werd wel de op een na sterkste kracht onder mannelijke werknemers na de SPD.

In een nieuwe studie van de Duitse Otto-Brenner-Stichting wordt voor het eerst nagegaan of deze verandering in imago ook berust op een verandering in politieke attitudes van de AfD. Men analyseerde grondig de partij- en verkiezingsprogramma’s en alle parlementaire initiatieven van AfD over economische en sociale kwesties tussen 2017 en 2020. Het resultaat is verrassend duidelijk: de sociale retoriek is een oppervlakkige façade van een partij waarvan de economische beleidsideeën stevig verankerd blijven in neo- en ordoliberale denktradities. Een vaststelling die ook Het Observatorium in een eerder artikel benadrukte: “Beter dan wie ook beseffen de vakbonden dat extreemrechts zich ondanks zijn sociale demagogie altijd tegen de georganiseerde arbeidersbeweging en tegen de belangen van de werkende mensen keert.”

De studie kwam tot stand onder leiding van Dr. Stephan Pühringer, met zijn team van het Instituut voor de algemene analyse van de economie (Johannes Kepler-universiteit Linz, Oostenrijk). Hij stelt het als volgt: Aangezien de AfD door het publiek in de eerste plaats wordt gezien als een rechts-populistische partij, was het verrassend om te zien dat op het gebied van economie en sociale zaken achter bijna elk argument en elke eis een neoliberaal gedachtegoed schuilgaat.

In parlementaire moties en toespraken ziet AfD vrijhandel, concurrentie, het uitbannen van publieke diensten en concurrentievermogen als oplossingen voor bijna alle problemen, aldus de studie. In het sociale beleid zijn er uitzonderingen, maar de grondoriëntatie wordt ook hier duidelijk: AfD-parlementsleden stemden in 75 procent van de gevallen samen met de zeer liberale FDP-parlementsleden. En dus bijna altijd tegen moties die oproepen tot behoud of uitbreiding van de welvaartsstaat. Ook stemden de AfD-parlementsleden steevast voor moties die opriepen tot beperking van welvaartsmaatregelen.

Jupp Legrand, directeur van de Otto-Brenner-Stichting: “De poging van de AfD om zich voor te stellen als een partij van de ‘kleine mensen’ is een oppervlakkige façade om de neoliberale, economisch-politieke kern te verbergen.”

In het Europees Parlement zetelt de Duitse AfD met het Vlaams Belang en andere rechts-radicale partijen in de ID-fractie. Het Corporate Europe Observatory kwam in een analyse over ID tot een soortgelijke conclusie.