Van Portugal werd al eens gezegd dat het land immuun was voor extreemrechts. Niets blijkt minder waar, zo leert ons de electorale doorbraak van extreemrechtse Chega, wat “genoeg” betekent. En zoals elders roeren ook openlijk neofascistische groepen zich steeds nadrukkelijker. In de Portugese presidentsverkiezingen van januari 2021 behaalde een uiterst-rechtse kandidatuur meer dan een half miljoen stemmen (11,9 percent). Het leverde André Ventura een derde plaats op na de liberaal-conservatieve en de sociaaldemocratische kandidaten. De voormalige belastingambtenaar en sportcommentator leidt de radicaal-rechtse populistische formatie Chega. Programma en discours van die partij passen haast naadloos in het profiel van huidig extreemrechts in Europa.

“De stem van de gewone mensen”

De partij zegt de “stem van de gewone mensen te vertolken”, de westerse beschaving te willen verdedigen tegen de radicale islam en ijvert voor strenge grenscontroles en maatregelen tegen immigratie. Chega werpt zich op als een anti-systeempartij, tegen de culturele elites en – het mag nooit ontbreken – de politieke correctheid. Niet alleen moeten de buitengrenzen bewaakt worden. Ook binnenin moet schoon schip gemaakt worden. De partij kantte zich meermaals tegen de Sinti- en Roma-bevolking van Portugal. Ventura zei dat ze het land “een slechts imago bezorgen”. In volle coronapandemie riep hij op deze mensen in aparte kampen op te sluiten. In een debat noemde hij de zwarte bevolking (afstammelingen van de vele voormalige Afrikaanse kolonies) “bandieten”. Het koloniale verleden wordt door de partij vergoelijkt. De Portugese kolonisator zou niet zozeer brutaal of racistisch tewerk gegaan zijn, maar streefde naar samenwerking en bracht de gekoloniseerden heel wat bij, aldus deze revisionistische versie.

Steun van veroordeelde neonazi’s

De partij organiseerde een tweetal marsen met onder het motto ‘Portugal is niet racistisch’. Chega scoorde onder meer goed in de Alentejo, een streek die traditioneel een communistisch bolwerk is. Zo behaalde Chega in Portoalegre met 20 percent zijn beste score. Ventura kreeg in zijn presidentscampagne onder meer de steun van Mário Machado. Dat is zowat de Tomas Boutens van Portugal: een openlijke neonazi die de ene organisatie na de andere opricht (Grupo 1143, Frente Nacional, Hammerskins en vandaag Nova Ordem Social). Ook Machado heeft een welgevuld strafblad met onder meer illegaal wapenbezit, racisme, slagen en verwondingen, laster, ontvoering en afpersing. Er staat ook in Portugal geen Chinese Muur tussen electoraal extreemrechts en de openlijk neonazistische groupuscules en individuen.