Wie aandachtig de sociale media volgt, heeft zich ongetwijfeld al eens de vraag gesteld hoe extreemrechts zich online weet te organiseren. Bij momenten lijkt het wel alsof ze bestaat uit een virtueel leger met internettrollen als de stoottroepen. Het grootste slachtoffer van deze aanvallen zijn voornamelijk vrouwelijke politica van kleur. Zij zijn een gemakkelijke prooi omwille van hun kwetsbare positie, en daar maken deze trollen gretig en guitig gebruik van. Maar klopt het dat enkel extreemrechts deze vrouwen aanvalt? Of trapt links mee in de valkuil? En offert ze deze vrouwen op bij het minste ophef?

Online-haat tegen vrouwelijke politica van kleur

De eerste keer dat ik het woord “terrorist” in één van mijn internetberichten las, voelde dat als een stomp in mijn maag. Ik nam het namelijk op voor de mensenrechten in Turkije. In mijn strijd tegen extreemrechts vergeet ik soms dat dit politiek fenomeen in opmars is in alle landen, dus ook in Turkije. En overal staan de stoottroepen klaar om mondige vrouwen van kleur de mond te snoeren. Het meest opvallende is dat niemand je ter hulp schiet. Mensen schieten dan in een kramp, en weten alleen maar de raad mee te geven dat de vrouw in kwestie deze georchestreerde aanval beter negeert. Ik heb doorheen de jaren een olifantenvel ontwikkeld, maar ik moet ook toegeven dat online-haat in de kleren blijft kruipen. Het blijft onmogelijk om jezelf aan te praten dat dit een deel van het politieke bedrijf is. Want het blijft racistische haat, en dat blijft een aanslag op jouw eigen existentie.

Begin dit jaar voerde de Groene Amsterdammer onderzoek naar online haatberichten tegen vrouwelijke politica. Daaruit bleek dat deze doelgroep tot wel 22% meer haatberichten ontving dan mannen. Ook bestaan 10% van die berichten uit onversneden agressie die bol staan van dreigementen aan persoonlijk adres. Lichamelijke kenmerken, migratie-achtergrond of religieuze overtuiging, alles passeert de revue in deze haatspraak. En studies in de VS en GB bevestigen deze tendens. In die landen hebben zelfs verschillende vrouwelijke politici besloten om zich niet meer kandidaat te stellen omwille van de eindeloze stroom aan haatberichten. En ik kan dit dus alleen maar bevestigen uit persoonlijke ervaringen. Ook in België zijn best wel een pak rechtse trollen actief.

De “bezorgde burger”

Sinds enkele jaren zien we boodschappen van de “bezorgde burger” op het internet verschijnen. Carolin Emcke, in haar boek “Tegen de haat”, heeft deze term geconceptualiseerd. De “bezorgde burger” pretendeert vooral geen racist te zijn. Deze burger zal steeds formeel meegeven dat hij of zij het racisme afkeurt. Een poging om kritiek op voorhand te pareren. En vervolgens gaan deze burgers volledig door het lint. Ze zijn bijzonder agressief en dreigend tegenover andersdenkenden. Want zij menen dat heel wat thema’s niet voldoende aan bod komen in de politieke sfeer. Daarom besluiten zij op eigen houtje, uit naam van maatschappelijke bezorgdheid, ideologische boodschappen de virtuele wereld in te sturen.

De opkomst van de “bezorgde burger” is dus geen onschuldig fenomeen. Onder het mom van zelfbescherming, de burger wil zich “verdedigen”, gaat hij of zij personen met een andere visie afkeuren en verwerpen. Uit naam van de vrije meningsuiting. Je kan dus au fond stellen dat dit zelflegitimerende haat is. Op het moment dat vrouwelijke politica het bijvoorbeeld opnemen voor het dragen van een hoofddoek of pleiten voor een humaan asielbeleid, dan worden deze steeds aangevallen op hun persoonlijkheid. En wanneer de “bezorgdheid” nog een stap verder gaat, dan krijgen deze vrouwelijke politici zelfs doodsbedreigingen. 

Dat laatste overkwam ook Hafsa El-Bazioui (Groen), gemeenteraadslid en toekomstig schepen in Gent, na haar deelname aan een hoofddoekendebat in het programma De Zevende Dag. De discussie ging over het dragen van een hoofddoek voor overheidspersoneel. In Gent is dit toegestaan, en El-Bazioui verdedigde het gevoerde beleid. Haar standpunt leidde tot heel wat online bagger, waarbij anonieme heren en dames zelfs dreigden om de politica neer te knallen. Een klacht bij de politie bleek de enige oplossing te zijn om hier een einde aan te stellen.

De impact van de “bezorgde burger” valt dus niet te onderschatten. Het is dan ook onzinnig om aan de geviseerde politica de raad mee te geven dat ze deze berichten beter negeert. Want dit betekent de facto een vrijgeleide geven aan racisme en extreemrechtse haat. Op het eerste zicht lijkt de situatie te bestaat uit individuele wandaden. Maar kunnen we werkelijk spreken over losgeslagen individuen? Of bestaat er een georganiseerde strategie om de haat bij de “bezorgde burgers” aan te wakkeren? Met andere woorden, bestaat er politieke pyromanie die gericht is op de vlammen van de haat te laten overslaan op tal van mensen? Het antwoord is volmondig ja. Er bestaan voldoende “alternatieve” nieuwsplatformen die platvloerse leugens verspreiden over politici van kleur. Dit overkwam bijvoorbeeld Zelfa Madhloum, woordvoerster van Open-VLD voorzitter Egbert Lachaert.

Extreemrechtse mediaplatformen

Wat overkwam Madhloum? Zij werkte mee aan een reisprogramma in het Midden-Oosten. Hierbij besloot zij de chador aan te trekken uit louter praktische overwegingen. Dit beeld belandde bij ’t Scheldt, een extreemrechts “satirisch” blad. Al snel bleek dat er weinig satire mee gemoeid was. Het artikel stond bol van platvloerse aantijgingen met de foto van de chador als foutieve framing, en dat zorgde vervolgens voor een stroom aan dreigmails aan haar adres. Een klacht werd vervolgens ingediend, en de rechter stelde Madhloum in het gelijk na een onderzoek door het parket van Mechelen. ’t Scheldt moest alles offline halen. Volgens de redactie van ’t Scheldt was dit een aanval op de vrije meningsuiting. Over de gevolgen van het geschreven woord werd daarentegen niets vermeld. Basisethiek en sociale verantwoordelijkheid zijn blijkbaar geen beoefende waarden binnen deze redactie.

En ’t Scheldt is geen losstaand geval. Enkele jaren terug besloot het notoir Vlaams-nationalistisch & rechts-conservatief blad ’t Pallieterke haar activiteiten ook te ontplooien op het internet. Het ontwierp het platform SCEPTR, ondertussen hernoemd tot PAL NWS. Dit platform beweert zich toe te leggen op thema’s die niet of onjuist worden behandeld door de gevestigde pers. En ook PAL NWS heeft een rondje “gekleurde vrouwen bashen” op haar palmares staan. Het besloot om Jihad Van Puymbroeck te viseren met een reeks aan artikels nadat zij werd aangesteld als redacteur sociale media bij de VRT. En ja hoor, de online-haat draaide opnieuw overuren. En dan spreken we nog niet over de talrijke gesloten online-groepen die voortdurend complotten en leugens fabriceren.

De valkuil van extreemrechts … en links valt erin

Eind mei werd Ihsane Haouach aangesteld als Regeringscommissaris voor het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Zij draagt tevens de hoofddoek, en dit veroorzaakte een storm van protest en online-haat. Het maakte niet uit dat zij een voorbeeldig burger is met vele competenties; zij was voorheen een succesvol ondernemer met tal van succesprojecten op haar naam. Haar uiterlijk, daar ging het uitsluitend over. Ze werd vakkundig vermalen door tal van publieke stemmen. En die waren ook te vinden bij linkse mensen. Zij was namelijk een gevaar voor de neutraliteit. Het werd niet in overweging genomen dat haar professioneel traject net een levend bewijs was van het bewaren van die neutraliteit. Alsof dat niet voldoende was om haar in diskrediet te brengen, werd in de gevestigde pers een rapport van de staatsveiligheid gelekt, waarin stond dat zij vermoedelijke banden onderhield met het Moslimbroederschap. Vermoedens, maar geen harde feiten. Links ging mee in de framing dat het nu vaststond dat Haouach de neutraliteit van haar functie niet kon waarborgen. Ze draagt een hoofddoek, dus moeten alle beschuldigingen wel waarachtig zijn. Men wachtte zelfs niet meer op een officiële verklaring van de premier. De berichtgeving bleek uiteindelijk niet te kloppen, maar de karaktermoord was geschied. En links was hier mede schuldig aan. 

Deze gebeurtenis toont aan dat ook links een grote verantwoordelijkheid draagt voor het ideologische succes van extreemrechts. Het linkse vertoog moet ingaan tegen de aantijgingen van rechts en extreemrechts, anders is het pleit op voorhand verloren. De facto heeft rechts en extreemrechts de progressieve zijde van ons land weten te mobiliseren voor hun eigen agenda. En dat gaat ten koste van sociaal en politiek kwetsbare mensen. 

De rechtse media zijn al niet zo mals voor ons, de vrouwen van kleur, die een stapje wagen in de politiek. Het kost ons bij momenten zelfs ons mentaal welzijn. Mag ik dan ook jullie vragen om ons niet op te offeren aan rechts, maar ons net in bescherming te nemen? Het zou fijn zijn om te weten dat er mensen bestaan die ons zullen verdedigen wanneer de situatie volledig de verkeerde kant zou uitgaan.

Deniz Agbaba (°1984) is voorzitster van Groen Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze groeide op in een Koerdisch arbeidersgezin te Genk. Op haar negentiende verhuisde ze naar Brussel en behaalde een Master Agogische Wetenschappen aan de VUB. Gebeten door Brussel bleef ze in de hoofdstad wonen. Haar papa nam deel aan de vele mijnstakingen. Zelf had ze, vanwege armoede, een eerste job op haar dertiende. Dat werd een inspiratiebron voor haar syndicaal engagement. Haar moeder bracht haar het Koerdisch activisme bij. Dat opende voor haar een wereld van Vrede, Pacifisme en Migratie. Ze is een verdedigster van een sociaal Europa en een aanpak van het klimaat op Europees niveau.

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk bij het Masereelfonds