Recentelijk ontmoetten een aantal Europese extreemrechtse kopstukken elkaar tijdens de met veel bombarie aangekondigde “Warsaw Summit”. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen: de oprichting van een nieuwe extreemrechtse fractie in het Europees parlement om meer subsidies, spreekrecht en macht te bekomen. Door onderling gekibbel en tegengestelde belangen mislukte het opzet faliekant. Tom Van Grieken (Vlaams Belang) mocht mee aan tafel schuiven, maar speelde geen enkele rol van betekenis.

Twee rivaliserende extreemrechtse fracties

In het Europees Parlement zijn er op dit moment twee rivaliserende extreemrechtse fracties. De fractie “Identiteit en Democratie” (ID) wordt door het Franse Rassemblement National van Marine Le Pen en de Italiaanse Lega van Matteo Salvini gedomineerd. Ook het Duitse AfD, het Belgische Vlaams Belang, het Nederlandse PVV en het Oostenrijkse FPÖ maken er deel van uit. Door haar verregaand extremistische standpunten willen de andere politieke fracties er niet mee samen werken, waardoor ze nauwelijks politiek gewicht hebben.

Daarnaast heb je de groep “Europese Conservatieven en Hervormers” (ECR), waar het Poolse PiS de plak zwaait. In die fractie vind je ook het Belgische N-VA, het Nederlandse Forum voor Democratie en het Spaanse VOX terug.

PR-stunt om zwakke plekken te verdoezelen

De achterban smult wellicht van een statige groepsfoto met vooraanstaande extreemrechtse politici als Viktor Orban (Hongarije), Marine Le Pen (Frankrijk), Jaroslaw Kaczynski (Polen) en Santiago Abascal (VOX). Maar het is duidelijk dat de bijeenkomst er vooral door de interne problemen en zwakheden is gekomen. Het Hongaarse Fidesz van Viktor Orban werd eerder dit jaar uit de rechts-conservatieve EVP-fractie gezet. Sedertdien is Fidesz politiek dakloos. Orban heeft er dus alle belang bij om tot een nieuwe, grote fractie te behoren zonder dat hij voor een van beide bestaande fracties moet kiezen. De Hongaarse premier kampt bovendien met een dalende populariteit in eigen land, wat zijn nakende herverkiezing in het gedrang brengt. De ultraconservatieven van het Poolse PiS zitten dan weer op ramkoers met de EU wat hen miljarden euro’s dreigt te kosten, en ook zij verliezen populariteit. Voor binnenlands gebruik zou een buitenlands succesje hen dus allebei goed uitkomen. Maar dat heeft dus niet mogen zijn.

Extreemrechts gekibbel en botsing van ego’s

Het hoeft niet te verwonderen dat het niet tot een gezamenlijke fractie is gekomen. Ook een eerdere poging mislukte. Er zijn dan ook nogal wat kwesties waar de Europese rechtsextremisten over kibbelen.

Matteo Salvini (Lega) was een opvallende afwezige in Warschau. Ook dat heeft binnenlandse oorzaken. Hij trok zich onder sterke druk van de Broeders van Italië – van wie hij hete electorale adem in de nek voelt – op de valreep terug. De Lega behoort tot ID, terwijl de Broeders van Italië tot ECR behoren.

Ook tussen de Polen en de Fransen zit er een stevige haar in de boter. Vooral de nauwe banden tussen Marine Le Pen en de Russische despoot Poetin zijn voor de Polen een doorn in het oog, samen met de miljoenen euro’s die van Moskou naar Parijs vloeien. Gezien de geschiedenis ligt een samenwerking met Rusland bijzonder gevoelig in Polen.

Tussen Orban en Le Pen is de liefde niet veel groter omdat zij “niet aan de macht is”. Daarnaast houdt Viktor Orban het liefst de nodige afstand ten aanzien van de ID-fractie. Wellicht niet zozeer omwille van hun extreme standpunten, maar door hun mager politiek gewicht. Opportunistische realpolitiek is de rechtsextremisten niet vreemd. Begin 2022 wagen de extreemrechtse partijen in Spanje een nieuwe poging om tot een gezamenlijke fractie te komen.

Bron: Euronews, Politico, nd

Foto: Flickr