De bestrijding van extreemrechts lokt regelmatig twee gelijklopende opmerkingen uit. Ten eerste wordt vaak gezegd dat het niet nodig is er “de jaren dertig” bij te sleuren. Ten tweede wordt een vergelijking met nazisme regelmatig afgedaan als een “reductio ad hitlerum”, een drogreden. Het is zo dat vele van de extreemrechtse groepen die vandaag de democratie bedreigen niet rechtstreeks te herleiden zijn tot de jaren dertig, twintig of veertig van de 20ste eeuw. Maar vaak komen deze opwerpingen van mensen die niet zozeer streven naar een precieze analyse van extreemrechts om het beter te bekampen maar van mensen die het gevaar van extreemrechts willen minimaliseren of er eenvoudigweg geen gevaar in zien.

Een heleboel extreemrechtse groepen maken deze discussie overbodig. Met hun symboliek leggen ze zelf expliciet de link met het interbellum, het nazisme of, jawel, Hitler. Zo zijn er groepen die tijdens manifestaties de swastika meedragen, de vlag met het hakenkruis. En in het eerste deel van deze serie schreven we reeds over het cijfer 88, de HH die voor “Heil Hitler” staat. Maar er circuleren in deze kringen nog andere symbolen die rechtstreeks naar het nazisme verwijzen en… die ook in Vlaamse rechtsextremistische kringen gangbaar zijn.

Naast de terugkeer van de swastika is er ook de nazi-arend: een arend met horizontaal gespreide vleugels die een swastika vasthoudt. Een variant hierop veroorzaakte ophef in de Verenigde Staten. De verkiezingscampagne van Donald Trump gebruikte onder de slogan “America First” eveneens een arend met gespreide vleugels die met zijn klauwen een Amerikaanse vlag vasthoudt.

En ook de Hitlergroet blijft in deze neonazistische kringen populair blijft. Die gestrekte arm wordt vaak tijdens betogingen en andere manifestaties geuit. In België was er opspraak – en daarna een juridische veroordeling – toen in augustus 2019 Gunnar Verreycken deze groet bracht in het Fort van Breendonk. Het leverde deze aanhanger van de groep Right Wing Resistance nadien een celstraf van zes maanden met uitstel op. Deze twintiger is de zoon van de beruchte ‘Rob Klop’, de voor zijn fysieke agressiviteit bekend staande Rob Verreycken, oud-gemeenteraads- en -parlementslid voor Vlaams Blok/Vlaams Belang. Op zijn beurt is Rob de zoon van Vlaams Blok-stichter en oud-VMO-militant Wim Verreycken. Over het rechtsextremisme van deze naar het Waasland verhuisde Antwerpse familie werden elders al vele pagina’s gevuld.

Bij neonazi’s kan de Hitlergroet niet gebracht worden, zonder het obligate “Sieg Heil” dat op bijeenkomsten vaak gescandeerd wordt maar ook als tatoo aangebracht wordt.

Vlaggengezwaai is bij nationalisten en al zeker bij extreme nationalisten een belangrijk onderdeel van het politiek activisme. Vermits de swastika in Duitsland verboden werd, grepen neonazi’s terug naar een ander, ouder vaandel: de keizerlijke Duitse vlag. Ook het Duitse IJzeren Kruis, populair als symbool onder neonazi’s, bestond al voordat Hitler aan de macht kwam. In tal van varianten werd dit uit de Pruisische periode afstammende ereteken tussen 1939 en 1945 door het naziregime uitgereikt.

Dergelijke nazi-memorabilia worden nog veelvuldig te koop aangeboden, zoals afgelopen zomer op de Tongerse antiekmarkt.

De slagzin “Blut und Ehre” (bloed en eer), ook vaak in het Engels (Blood and Honour) is er één die rechtstreeks naar het nazisme terugvoert. Het was een leuze van de Hitlerjugend, die door de nazi-ideoloog Alfred Rosenberg geïntroduceerd werd als onderdeel van de ‘Duitse raciale geest’. ‘Blood and Honour’ werd populair onder neonazistische skins ’s als naam van een netwerk van muziekgroepen en concerten, georganiseerd door Ian Stewart. Deze in 1993 overleden neonazi was de leider van de groep Skrewdriver die vanaf 1982 neonazi’s op vaak clandestiene concerten verzamelde, onder meer in Vlaanderen.

In 2008 verscheen “Blood & Honour Volume 1”, een verzamelalbum met nummers van Skrewdriver en andere neonazistische skinbands.

“Mijn eer heet trouw” of in het originele Duits: “Meine Ehre heisst Treue” was de lijfspreuk van de Waffen SS. Na de oorlog bleef de leuze gangbaar onder gewezen collaborateurs en bij oudstrijdersverenigingen van Oostfronters, zoals in Vlaanderen het Sint-Maartensfonds, maar ook de ‘nieuwste’ nazistrijders namen de leuze over.

Een boek van de Vlaamse SS-officier Robert Verbelen die in 1947 veroordeeld werd voor de dood van 101 burgers. De afbeelding komt uit een online verzameling van het Zedelgemse VB-raadslid Pol Denys

De sinistere SS is in neonazistische kringen immens populair. Met beide handen opgengespreid en duimen tegen elkaar wordt het SS teken nagebootst als middel tot onderlinge herkenning of groet. Ook het doodshoofd als logo van de SS (Totenkopf) duikt veel op in neonazistische en witte supremacistische kringen. Ook de origine twee ‘s’-en als bliksem blijven een veelgebruikt logo in deze kringen. Hetzelfde geldt voor de ‘SA’, de Stormabteiling, de zogenaamde bruinhemden van de nazi-partij die in 1921 opgericht werden als knokploeg van de NSDAP. In 1934, tijdens de zogenaamde Nacht van de Lange Messen, schakelde Hitler, dan aan de macht, de SA-leiding fysiek uit.

In helaas maar al te vele gevallen moet er dus verwezen worden naar “de jaren dertig” en naar Hitler. Niet als drogreden, maar als droevige realiteit en als reëel gevaar waar niet aan te gewennen of te normaliseren valt.